Rozen Snoeien

Rozen snoeien is een vaardigheid die iedereen kan leren. Met de juiste kennis en gereedschappen zorg je ervoor dat je rozen gezond blijven en prachtig bloeien. Deze gids neemt je stap voor stap mee door het snoeiproces.

Het Belang van Snoeien

Waarom is snoeien zo belangrijk voor je rozen?

  • Nieuwe groei stimuleren: Snoeien bevordert de aanmaak van nieuwe scheuten vanuit de basis van de plant, wat essentieel is voor een vitale roos.
  • Optimale beluchting en zonlicht: Een luchtige structuur zorgt ervoor dat wind vrij door de struik kan blazen en de zon de voet van de plant kan opwarmen. Dit voorkomt ziektes en stimuleert gezonde groei.
  • Jong en levenskrachtig houden: Jonge takken produceren de mooiste bloemen en zijn minder vatbaar voor ziekten dan ouder hout. Snoeien houdt de struik jong en productief.
  • Bloei en herbloei bevorderen: Goed snoeien resulteert in een betere en langere bloeiperiode, inclusief herbloei bij de juiste rozensoorten.
  • Vorm en grootte behouden: Snoeien helpt de rozenstruik een aantrekkelijke vorm te geven en de grootte onder controle te houden.
 
 

Wanneer Snoeien?

Het juiste moment om te snoeien hangt af van het bloeiprofiel van je rozen:

  • Eenmalig bloeiende rozen: Rozen die slechts één keer bloeien (meestal in juni of juli) snoei je aan het einde van juli of begin augustus.
  • Herbloeiende rozen: Rozen die ook in september of later bloeien, snoei je pas in maart. Een ezelsbruggetje van onze oosterburen is “Wenn die Forsythien blühen” (wanneer de forsythia bloeit). Te vroeg snoeien kan schadelijk zijn, omdat nieuwe twijgen kwetsbaar zijn voor late vorst.
 
 

Benodigdheden voor het Snoeien

Goed gereedschap is het halve werk! Zorg ervoor dat je het volgende bij de hand hebt:

  • Scherpe snoeischaar: Essentieel om takken netjes af te knippen zonder ze te beschadigen. Een goed gesmeerde schaar knipt bovendien veel gemakkelijker.
  • Takkenschaar: Voor dikkere takken die je snoeischaar niet aankan.
  • Zaagje of snoeizaag: Voor zeer dikke takken.
  • Handschoenen: Bescherm jezelf tegen de stekels.
  • Slijpsteentje: Om je snoeischaar tussendoor scherp te houden.
  • Veiligheidsbril: Aanbevolen voor hogere struiken en klimrozen.
  • Ontsmettingsmiddel: Als je rozen vorig jaar last hadden van schimmelziekten (zoals bladvlekken), is het  cruciaal om je snoeigereedschap regelmatig te ontsmetten. Gebruik hiervoor een doek gedrenkt in een ontsmettingsmiddel (zoals javelwater of alcohol). Dit voorkomt dat je schimmelsporen van de ene naar de andere plant overbrengt via je schaar.
 
 

Algemene Snoeirichtlijnen

Houd de volgende basisprincipes in gedachten tijdens het snoeien:

  • Zon en wind: Rozen houden van zon en wind. Bij het snoeien zorg je ervoor dat zonlicht de voet van de plant kan bereiken, wat nieuwe groei vanuit de basis stimuleert.
  • Het ‘oog’ begrijpen: Een ‘oog’ is de plek op de tak waar vorig jaar een bladsteel was aangehecht, en waar in maart vaak al nieuwe scheuten zichtbaar zijn.
  • De kniptechniek: Knip altijd een halve tot één centimeter boven een oog. Houd het mes van de snoeischaar aan de onderkant van de tak om het te behouden deel minimaal te kwetsen. Knip recht af, zodat het snoeivlak klein blijft en sneller droogt, wat de kans op infecties verkleint.
  • Verwijder altijd:
    • Ziek hout: Takken die aangetast zijn door schimmels of ziekten.
    • Beschadigd hout: Gebroken of gekneusde takken.
    • Dood hout: Dorre of levenloze takken.
    • Kruisend hout: Takken die over elkaar heen wrijven of de groei van andere takken belemmeren.

Onthoud dat deze richtlijnen gebaseerd zijn op de ervaring van rozenkenners. Je hebt als snoeier de vrijheid om te experimenteren en bijvoorbeeld andere snoeihoogtes te kiezen om te zien wat het beste werkt voor jouw rozen.

Snoei per type roos

Lage struiken die regelmatig bloeien tijdens de zomer:

Dit zijn de polyantha, floribunda en theehybriden. Bij de eerste twee verschijnen de bloemen in trossen. Theehybriden of grootbloemige rozen hebben één of enkele bloemen per stengel. Deze struiken worden tussen een halve meter tot ruim een meter hoog. Enkele uitzonderingen worden zelfs meer dan anderhalve meter, en lijken heesters.

Knip eerst het bovenste derde deel van de struik af, eventueel met een heggenschaar. Zo verkrijg je een beter overzicht en is het gemakkelijker om met de snoeischaar alle takken te bereiken. Misschien heb je dit al voor de winter gedaan om de rozenstruiken te beschermen tegen windschade, dan is deze stap overbodig.

Ons doel: een open struik met 4 of 5 korte hoofdtakken.

Vertrekken er meer dan 4 of 5 stevige takken vanuit de basis? Dan knip je de oudste takken terug tot aan de grond tot er nog 4 of 5 blijven staan. De oudste takken herken je aan de bruingrijze kleur. Knip ook heel dunne takjes, die een diameter kleiner dan 2 millimeter hebben, helemaal weg. Die geven toch geen bloemen.
De overblijvende takken snoei je daarna terug tot op 4 à 5 ogen. Dit is ongeveer 20 cm boven de grond. Het hoogste oog is bij voorkeur naar buiten gericht. Je kan proberen de ogen te tellen, maar dat is niet nodig. Je kan kiezen hoe kort je die takken knipt. Voor grootbloemige rozen, mag het korter zijn. In het Rosarium Zweibrücken knippen ze het ene jaar tot 5 cm terug, het volgende jaar houden ze de takken ongeveer 15 cm. Voor trosrozen is 20 cm tot 25 cm goed. De eventuele zijtakken die naar binnen groeien snij je beter af.

We snoeien kort omdat van onder aan de struik de sterkste takken opkomen die grote bloemen zullen dragen. Als we hoger zouden snoeien, zullen de jonge takken die aan de uiteinden ontstaan dunner zijn en kleinere bloemen dragen. En vooral: het lagere hout veroudert, en de volgende jaren wordt het moeilijker voor de struik om van daaruit nieuwe takken te maken. Sterk groeiende takken mogen wat langer blijven, zwak groeiende takken hou je korter. Niets belet je om iets hoger te snoeien (30 cm bv.), als je maar af en toe enkele takken heel laag snoeit, zodat de struiken steeds voldoende jong hout hebben. Zo blijven jouw struiken gezond.

Doorbloeiende hoge struiken of heesters:

Hiertoe behoren de parkrozen, muskusrozen (moschatahybriden), veel Engelse rozen en herbloeiende oude rozen.  We knippen eerst het bovenste deel van de heester weg, zodat twee derde van de plant overblijft. Dit doen we weeral om met de snoeischaar overal goed aan te kunnen. Dode en zieke takken knippen we tot in het gezond hout terug of helemaal tot aan de grond weg. Van takken die te dicht tegen elkaar staan of die tegen elkaar schuren, verwijderen we er zoveel tot dit probleem verholpen is. We willen 4 tot 7 sterke, liefst jonge (en groene nog niet vertakte) takken behouden. Misschien moet je daarom enkele oudere takken behouden. Zijtakken ervan knip je tot ongeveer 10 cm lengte terug. Alle rechtop groeiende takken worden ingekort tot twee derde of maximaal de helft van de oorspronkelijke lengte. Knip liefst net boven een naar buiten gericht oog. Wat korter snoeien mag ook. Dunne takken worden lager afgeknipt dan de dikkere takken. Heel dunne takjes verwijderen we helemaal. Als er nog bladeren van vorig jaar aan de struik staan, dan verwijderen we die ook.

Bodembedekkende rozen:

Dit zijn rozen die ongeveer een halve meter hoog worden maar vooral breed uitgroeien (bv ‘Sweet Haze’, ‘Stadt Rom’, ‘Sorrento’, ‘Apfelblűte’,) en een dicht gebladerte hebben. Ze maken snel plooibare lange takken. We korten de langste takken tot de helft in. Daarna knippen we de oudste takken en het beschadigde hout terug tot net boven een gezonde en omhoog wijzende scheut of oog. We behouden een vijftal mooie takken die we terugknippen tot ongeveer 20-30 cm. Let erop dat ze goed gespreid staan en dat het hoogste oog naar boven wijst. Dan groeien de nieuwe scheuten aan de uiteinden omhoog in de plaats richting de grond. Zijtakjes worden kort gesnoeid tot een lengte van ongeveer 5 cm. Het teveel aan oude takken wordt tot aan de voet van de plant afgeknipt.

Meermaals bloeiende klimrozen:

We beginnen met zoveel mogelijk takken los te maken, zodat we de kwaliteit van de takken goed kunnen beoordelen en gemakkelijker kunnen knippen. Eerst verwijderen we weer ziek, beschadigd en dood hout. We willen zeker 3 tot 5 sterke gesteltakken behouden. Voor oudere klimrozen mogen dat er zelfs 7 zijn. Begin daarom met de overtollige oudste takken tot aan de basis terug te knippen. Dan knippen we de bottels en uitgebloeide toppen af. De zijtakken korten we in tot ongeveer 5 cm (3 ogen). Als het nodig is om een goed gevulde structuur te krijgen, knippen we enkele stevige zijtakken terug tot twee derde van hun oorspronkelijke lengte. Daarna binden we met brede binddraad de takken losjes aan het steungestel. Zo mogelijk binden we de takken horizontaal aan, wat gemakkelijk lukt voor de moderne herbloeiende liaanrozen. De rozen met stijvere takken binden we schuin aan met een zo klein mogelijke helling. 

Rozen op stam:

Dit zijn meestal tros- of grootbloemige rozen, hoog geënt op een onderstam.  Treurstamrozen worden verkregen door de stam te oculeren met klimrozen met soepele takken. Meestal wordt geënt op  drie of vier plaatsen bovenaan de stam.

Voor het eerste type stamrozen korten we alle takken eerst in tot 30 cm. Dan verwijderen we ziek, beschadigd en dood hout en tegen elkaar schurende takken.  Daarna kiezen we de mooiste takken die vanuit elke oculatieplaats ontstaan, en hiervan bewaren we een drietal mooi verspreide takken per oculatie. De oudste en de heel dunne takken knippen we terug tot aan de stam. Daarna knippen we de overgebleven mooie takken tot 15 cm terug. In juni krijgen we dan een mooie compacte rozenbol.

Als je de voorbije jaren niet kort genoeg gesnoeid hebt, bestaat een groot stuk van de kroon uit oude takken. We kunnen dan best verjongen door één derde van de takken terug te knippen tot 5 of 10 centimeter van de oculatie. De andere takken snoei je zo dat er nog een vijftal centimeter van het hout van vorig jaar (meestal groene twijgen) overblijft. Met een beetje geluk schieten uit het sterk gesnoeide gedeelte nieuwe takken uit. Dan kan je het volgende jaar de helft van de oudste takken terugsnoeien tot 10 centimeter van de entplaats, om zo geleidelijk de plant te verjongen. Zorg ervoor dat de kroon een mooie open structuur heeft.

Treurstamrozen snoei je slechts lichtjes. De oudste takken worden afgeknipt tot aan of dicht tegen de stam om plaats te maken voor nieuwe.  De soepele afhangende takken kan je verder terugknippen tot twee derde van hun oorspronkelijke lengte. Zijtakken worden zo kort gemaakt dat er geen tegen elkaar schurende twijgen zijn.

Bemerking 1: Rozen aangeplant tussen vorig jaar november en nu snoeien we heel kort (5 tot 10 cm) ook al zijn dit heesters of klimrozen. De heesters en de klimrozen laat je daarna enkele jaren met rust. Zo kunnen ze goed inwortelen en stevige takken maken. Pas daarna volg je de zojuist beschreven snoeiwijze.
Bemerking 2: Van eenmaal bloeiende rozen mogen in we het voorjaar de nieuwe takken die te lang geworden zijn, wat ingekort worden met maximaal één derde van de oorspronkelijke lengte. Het doel hiervan is een mooi gevormde struik te bekomen. Te veel terugsnoeien heeft als gevolg dat deze rozen minder zullen bloeien, omdat de bloeiwijzen komen op de takken die tijdens de zomer en de herfst van het vorige jaar gegroeid zijn.

Contacteer Ons

Ik wil nog één slotakkoord uit mijn pen tokkelen en voer aan het ultieme einde één van de ‘hoofdpersonages’ uit de ‘werken van Louis Lens’ ten tonele. Het is een roosje uit 1993 waarover ik tot nu gezwegen heb. Het klimmertje ‘Guirlande d’Amour’ is een favoriet van velen. Geen klimroosje bloeit zo fel door, van in de zachte meimaand tot wanneer het koudvuur van het najaar het herfstblad zijn mooiste palet bezorgt. ‘Guirlande d’Amour’ is een juweel met langgerekte trossen dubbele witte bloempjes, een lief roosje dat je als het ware rond een buste kunt leiden. De roosjes in knop zijn als sterren in het firmament van de fantasie. Laurent Neels, Ivan Louette en ikzelf schudden het steenpuin van onze kleren. Met dit boek is een standbeeld voor Louis gebeiteld. We hopen dat u het opstelt in het hart van uw tuin, met er omheen een ‘beeldschone’ guirlande d’amour van rozen.

Uit : Louis Lens, de elegantie en de roos / Ivo Pauwels ; foto’s van Philippe De Beerst ; met bijdragen van Ivan Louette en Paul Geerts ; advies, research en eindredactie van Laurent Neels. – Tielt : Lannoo, cop. 2000. – 176 p.- 2de druk. – ISBN 90-209-3919-X
Met de toestemming van de auteur.