Naar boven
 
     

 

Rozen snoeien, heel eenvoudig.


Iedereen kan het leren. We zullen de verschillende stappen van het snoeien overlopen.
Belangrijke opmerking: rozen die slechts één keer bloeien, dit is meestal in juni of juli, snoeien we einde juli of begin augustus.

Houd steeds dit belangrijk principe voor ogen: rozen houden van zon en wind. Bij het planten van de struik hebben we er al voor gezorgd dat ze op de beste plaats staan. Bij het snoeien zorgen we dat de zonnewarmte de voet van de plant kan bereiken, zodat nieuwe takken vanuit de basis kunnen groeien.

Wat volgt zijn richtlijnen gebaseerd op ervaring van rozenkenners. De snoeimeester heeft de vrijheid om te experimenteren en kan bijvoorbeeld de hoogtes anders kiezen.

Wanneer snoeien we onze rozen die ook nog in september of later bloeien?
We snoeien pas in maart. Bij onze oosterburen zeggen ze ‘Wenn die Forsythien blühen’. Te vroeg snoeien kan zelfs nadelig zijn. De roos zal enkele weken na het snoeien nieuwe twijgen maken en een late vorst kan die beschadigen.

Waarom snoeien we?

  • Om nieuwe groei vanuit de basis te stimuleren.
  • Om de struik een luchtige structuur te geven, zodat de wind er los doorheen kan blazen en de zon de voet van de struik kan opwarmen.
  • Om de struik jong en levenskrachtig te houden. Jonge takken leveren de mooiste bloemen en jong hout is minder vatbaar voor ziekten dan ouder hout.
  • Omdat goed snoeien de struiken beter doet bloeien en ook het herbloeien bevordert.
  • Om de grootte en de vorm van de rozenstruik onder controle te houden, zodat de plant aantrekkelijk blijft.

Wat hebben we nodig? Degelijk materiaal!

  • Scherpe snoeischaar: goed scherp is belangrijk om de takken niet te veel te kwetsen bij het knippen. Het knippen is veel gemakkelijker met een goed gesmeerde snoeischaar.
  • Eventueel ook een heggenschaar.
  • Takkenschaar: voor dikkere takken.
  • Zaagje of zaag voor heel dikke takken.
  • Handschoenen, om ons te beschermen tegen de stekels.
  • Een slijpsteentje om, indien nodig, het mes tussendoor aan te scherpen.
  • Voor hoge struiken en klimmers is het ook aan te bevelen om een veiligheidsbril te dragen.
Ontsmettingsmiddel in geval we ziektegevoelige rozen zullen snoeien

 

In de uitleg komt de term ‘oog’ regelmatig voor. Bij de takken van het voorbije jaar zijn die ogen redelijk gemakkelijk te zien. De ogen zijn de plekjes waar vorig jaar de bladstelen aan de tak gehecht waren. In maart zie je daar meestal al het begin van nieuwe scheuten. We knippen altijd een centimeter of liever een halve centimeter boven een oog en houden het mes altijd aan de onderkant. Zo kwetsen we het deel dat we willen behouden het minst. Knip recht af zodat het snoeivlak klein blijft. Een kleinere wonde droogt snel en er is minder kans op infecties.

Indien de bladeren van jouw rozen vorig jaar aangetast waren door schimmelziekten (bladvlekken…), ontsmet dan het snoeigerief regelmatig met een doek, gedrenkt in een ontsmettingsmiddel. Dat kan bijvoorbeeld javelwater of alcohol zijn. Zo vermijd je dat je via de schaar schimmelsporen overbrengt van de ene plant naar de andere.   

 

Verwijder altijd ziek, beschadigd, dood en kruisend hout.

  1. Lage struiken die regelmatig bloeien tijdens de zomer.

Dit zijn de polyantha, floribunda en theehybriden. Bij de eerste twee verschijnen de bloemen in trossen. Theehybriden of grootbloemige rozen hebben één of enkele bloemen per stengel. Deze struiken worden tussen een halve meter tot ruim een meter hoog. Enkele uitzonderingen worden zelfs meer dan anderhalve meter, en lijken heesters.

Figuur 3 Struik voor het snoeien. De takken boven de rode lijn knippen we af met een heggenschaar.   Figuur 4
                                                  

 

 

In het begin kan de struik er uitzien als in figuur 3.
Knip eerst het bovenste derde deel van de struik af, eventueel met een heggenschaar. Zo bekom je een beter overzicht en is het gemakkelijker om met de snoeischaar alle takken te bereiken. Misschien heb je dit al voor de winter gedaan om de rozenstruiken te beschermen tegen windschade, dan is deze stap overbodig.

Ons doel: een open struik met 4 of 5 korte hoofdtakken zoals in figuur 4.

Vertrekken er meer dan 4 of 5 stevige takken vanuit de basis? Dan knip je de oudste takken terug tot aan de grond tot er nog 4 of 5 blijven staan. De oudste takken herken je aan de bruingrijze kleur. Knip ook heel dunne takjes, die een diameter kleiner dan 2 millimeter hebben, helemaal weg. Die geven toch geen bloemen.
De overblijvende takken snoei je daarna terug tot op 4 à 5 ogen. Dit is ongeveer 20 cm boven de grond. Het hoogste oog is bij voorkeur naar buiten gericht. Je kan proberen de ogen te tellen, maar dat is niet nodig. Je kan kiezen hoe kort je die takken knipt. Voor grootbloemige rozen, mag het korter zijn. In het Rosarium Zweibrücken knippen ze het ene jaar tot 5 cm terug, het volgende jaar houden ze de takken ongeveer 15 cm. Voor trosrozen is 20 cm tot 25 cm goed. De eventuele zijtakken die naar binnen groeien snij je beter af.

We snoeien kort omdat van onder aan de struik de sterkste takken opkomen die grote bloemen zullen dragen. Als we hoger zouden snoeien, zullen de jonge takken die aan de uiteinden ontstaan dunner zijn en kleinere bloemen dragen. En vooral: het lagere hout veroudert, en de volgende jaren wordt het moeilijker voor de struik om van daaruit nieuwe takken te maken. Sterk groeiende takken mogen wat langer blijven, zwak groeiende takken hou je korter. Niets belet je om iets hoger te snoeien (30 cm bv.), als je maar af en toe enkele takken heel laag snoeit, zodat de struiken steeds voldoende jong hout hebben. Zo blijven jouw struiken gezond.

2. Doorbloeiende hoge struiken of heesters.

Hiertoe behoren de parkrozen, muskusrozen (moschatahybriden), veel Engelse rozen en herbloeiende oude rozen.  We knippen eerst het bovenste deel van de heester weg, zodat twee derde van de plant overblijft. Dit doen we weeral om met de snoeischaar overal goed aan te kunnen. Dode en zieke takken knippen we tot in het gezond hout terug of helemaal tot aan de grond weg. Van takken die te dicht tegen elkaar staan of die tegen elkaar schuren, verwijderen we er zoveel tot dit probleem verholpen is. We willen 4 tot 7 sterke, liefst jonge (en groene nog niet vertakte) takken behouden. Misschien moet je daarom enkele oudere takken behouden. Zijtakken ervan knip je tot ongeveer 10 cm lengte terug. Alle rechtop groeiende takken worden ingekort tot twee derde of maximaal de helft van de oorspronkelijke lengte. Knip liefst net boven een naar buiten gericht oog. Wat korter snoeien mag ook. Dunne takken worden lager afgeknipt dan de dikkere takken. Heel dunne takjes verwijderen we helemaal. Als er nog bladeren van vorig jaar aan de struik staan, dan verwijderen we die ook.  De struik in figuur 5 staat al 30 jaar op die plaats. Het is de klimroos ‘Pink Ocean’ (Verschuren), hier als heester gebruikt.

Figuur 5: grote heester voor het snoeien

 

Figuur 6: dezelfde heester na het snoeien

3. Bodembedekkende rozen.

Dit zijn rozen die ongeveer een halve meter hoog worden maar vooral breed uitgroeien (bv ‘Sweet Haze’, ‘Stadt Rom’, ‘Sorrento’, ‘Apfelblűte’) en een dicht gebladerte hebben. Ze maken snel plooibare lange takken. We korten de langste takken tot de helft in. Daarna knippen we de oudste takken en het beschadigde hout terug tot net boven een gezonde en omhoog wijzende scheut of oog. We behouden een vijftal mooie takken die we terugknippen tot ongeveer 20-30 cm. Let erop dat ze goed gespreid staan en dat het hoogste oog naar boven wijst. Dan groeien de nieuwe scheuten aan de uiteinden omhoog in de plaats richting de grond. Zijtakjes worden kort gesnoeid tot een lengte van ongeveer 5 cm. Het teveel aan oude takken wordt tot aan de voet van de plant afgeknipt.  

4 . Meermaals bloeiende klimrozen.

 

We beginnen met zoveel mogelijk takken los te maken, zodat we de kwaliteit van de takken goed kunnen beoordelen en gemakkelijker kunnen knippen. Eerst verwijderen we weer ziek, beschadigd en dood hout. We willen zeker 3 tot 5 sterke gesteltakken behouden. Voor oudere klimrozen mogen dat er zelfs 7 zijn. Begin daarom met de overtollige oudste takken tot aan de basis terug te knippen. Dan knippen we de bottels en uitgebloeide toppen af. De zijtakken korten we in tot ongeveer 5 cm (3 ogen). Als het nodig is om een goed gevulde structuur te krijgen, knippen we enkele stevige zijtakken terug tot twee derde van hun oorspronkelijke lengte. Daarna binden we met brede binddraad de takken losjes aan het steungestel. Zo mogelijk binden we de takken horizontaal aan, wat gemakkelijk lukt voor de moderne herbloeiende liaanrozen. De rozen met stijvere takken binden we schuin aan met een zo klein mogelijke helling. 

Figuur 7: New Dawn laat zich gemakkelijk horizontaal leiden

Figuur 8: Rozen met stijvere takken kunnen spiraalsgewijze langs een steun geleid worden. Met beide manieren van leiden bekomen we een rijkere bloei

5 . Rozen op stam.

Dit zijn meestal trosrozen of grootbloemige rozen, hoog geënt op een onderstam.  Treurstamrozen worden bekomen door de stam te oculeren met klimrozen met soepele takken. Meestal wordt geënt op  drie of vier plaatsen bovenaan de stam.

Voor het eerste type stamrozen korten we alle takken eerst in tot 30 cm. Dan verwijderen we ziek, beschadigd en dood hout en tegen elkaar schurende takken.  Daarna kiezen we de mooiste takken die vanuit elke oculatieplaats ontstaan, en hiervan bewaren we een drietal mooi verspreide takken per oculatie. De oudste en de heel dunne takken knippen we terug tot aan de stam. Daarna knippen we de overgebleven mooie takken tot 15 cm terug. In juni krijgen we dan een mooie compacte rozenbol.

Als je de voorbije jaren niet kort genoeg gesnoeid hebt, bestaat een groot stuk van de kroon uit oude takken. We kunnen dan best verjongen door één derde van de takken terug te knippen tot 5 of 10 centimeter van de oculatie. De andere takken snoei je zo dat er nog een vijftal centimeter van het hout van vorig jaar (meestal groene twijgen) overblijft. Met een beetje geluk schieten uit het sterk gesnoeide gedeelte nieuwe takken uit. Dan kan je het volgende jaar de helft van de oudste takken terugsnoeien tot 10 centimeter van de entplaats, om zo geleidelijk de plant te verjongen. Zorg ervoor dat de kroon een mooie open structuur heeft.

Treurstamrozen snoei je slechts lichtjes. De oudste takken worden afgeknipt tot aan of dicht tegen de stam om plaats te maken voor nieuwe.  De soepele afhangende takken kan je verder terugknippen tot twee derde van hun oorspronkelijke lengte. Zijtakken worden zo kort gemaakt dat er geen tegen elkaar schurende twijgen zijn.

Bemerking 1: Rozen aangeplant tussen vorig jaar november en nu snoeien we heel kort (5 tot 10 cm) ook al zijn dit heesters of klimrozen. De heesters en de klimrozen laat je daarna enkele jaren met rust. Zo kunnen ze goed inwortelen en stevige takken maken. Pas daarna volg je de zojuist beschreven snoeiwijze.
Bemerking 2: Van eenmaal bloeiende rozen mogen in we het voorjaar de nieuwe takken die te lang geworden zijn, wat ingekort worden met maximaal één derde van de oorspronkelijke lengte. Het doel hiervan is een mooi gevormde struik te bekomen. Te veel terugsnoeien heeft als gevolg dat deze rozen minder zullen bloeien, omdat de bloeiwijzen komen op de takken die tijdens de zomer en de herfst van het vorige jaar gegroeid zijn.

BELANGRIJK: ROZENVOEDING!
We hebben nu heel wat hout weggeknipt. De rozenstruiken moeten nu snel terug nieuwe takken en twijgen maken. Daarvoor is voeding nodig: we moeten onze planten goed bemesten. Rozen zijn nogal gulzig. Logisch toch: ze moeten ook het hele jaar door veel bloemen ontwikkelen. Het goede moment om te beginnen met de bemesting van onze rozen is onmiddellijk na het snoeien in maart. We geven de voorkeur aan mineraal-organische  (rozen-)meststoffen (bijvoorbeeld: DCM Siertuin, DCM MIX2 NPK 7-6-12 + 4 MgO, FIMUS 7-5-7+2 MgO, OSMO-PRO, of gelijkaardige…).  We kiezen hiervoor omdat zuiver chemische bemesting op termijn de bodem verarmt. Onze rozen groeien het best in een bodem met een rijk biologisch leven. Dit bereiken we door meststoffen van het zojuist vermeld type te geven. Het is ook goed om een mulchlaag van, bijvoorbeeld, goed gerijpte compost rond de rozen leggen. Dit doen we ook best einde maart. Mulchen met ander organisch materiaal zoals gehakt hout, schors, strokorrels of -strostrooisel (vlas, hennep, grassen..) kan ook. Houd een tiental centimeter rond de voet van de rozenstruik vrij, zodat de jonge scheuten vrij kunnen groeien. Een nadeel hiervan is dat de eerste jaren voor de compostering een beetje stikstof uit de grond en de lucht wordt opgenomen. Uiteindelijk blijft die stikstof in de gevormde compost en komt die later ter beschikking van de planten.
Wat heeft een rozenstruik nodig?

  • N (nitrogenium), stikstof, voor het groeien van takken en het maken van bladeren. Stikstof stimuleert de celdeling, dus de groei.
  • P (potassium), fosfor, voor de goede ontwikkeling van de wortels. 
  • K, kalium, is nodig voor een goede bloei, voor de stevigheid en het verhouten en afharden van de plant.
  •  Magnesium (MgO) voor een frisgroene bladkleur en goede groei.
  • Sporenelementen (Fe, Mn, B, Cu…) voorkomen gebrekziekten. Ze zijn slechts nodig in heel heel kleine hoeveelheden. Wat nodig is, zit in de mineraal-organische meststoffen.
  • Water, om de meststof op te lossen en via de wortels door de plant te voeren. Maar overdrijf hiermee zeker niet. Rozen hebben een hekel aan kletsnatte voeten.

Let er op dat het stikstofgehalte (N)  lager is dan het kaliumgehalte. Te veel stikstof geeft een sterke groei en daardoor een verlaagde weerstand van de plant tegen bladziekten. De bladeren worden ook veel aantrekkelijker voor bladluizen en andere bladetende insecten. We geven de voeding best in twee of drie stappen. Half maart strooien we 150 g/m² ruim rond de plant en werken dit heel oppervlakkig in.  Als we de grond te diep bewerken beschadigen we de wortels. De natuur neemt wat tijd om de organische meststof om te zetten in nuttige voedingstoffen. Dat duurt een drietal weken. Half april genieten de rozen van die voeding. Juist op tijd om vanaf half mei al bloemen te tonen. Omdat de werkingsduur van organische meststoffen 90 dagen is, geven we extra bemestingen eind juni en eventueel half augustus.
Eind juni, na de eerste bloeiperiode, geven we een volgende bemesting van 100 g/m² organische meststof.
Om de rozenstruiken te stimuleren voor een bloeiperiode tijdens de herfst geven we patentkali, 50 g/m² eind augustus of begin september. Patentkali bevat vooral kalium en draagt zo bij tot het goed afharden van de rozenstruik zodat die sterk de winter doorkomt.

Toelating voor het gebruik van deze handleiding of delen ervan kan u bekomen bij voorzitter@rozenvrienden.be